Waarom ben ik een doener?

Ik krijg soms de commentaar dat Open VLD de partij van de rijken en de zelfstandige is. Vandaag is de partij geëvolueerd naar de partij van de werkers, van de doeners. De mensen die elke dag en nacht opstaan om te gaan werken en die vooruit willen in het leven. Daar hoor ik ook bij.

Mijn ouders werkten dag en nacht. Ik zorgde voor mijn broer en zus, bracht hen naar school, hielp hen met huiswerk. Ik vond het belangrijk dat ze hobby’s hadden en bracht hen naar toneel, voetbal,… Van kleins af aan kreeg ik verantwoordelijkheid om voor mijn broer en zus te zorgen terwijl mijn ouders dag en nacht werkten om ons een betere toekomst te geven.

Mijn familie is naar België gekomen met het idee hier bedrijven te openen en meteen bij te dragen aan de maatschappij. Om ons een betere toekomst te geven, zodat wij het beste van ons leven kunnen maken. Als ik zelf hobby’s wou uitoefenen moest ik er zelf achter zoeken en zorgen dat ik er kon geraken.

Zo fietste ik een uur naar de voetbal om 3 x in de week te gaan trainen. Maar ik deed ook volleybal, judo. Alles op eigen initiatief en eigen houtje. Ik moest gewoon zorgen dat ik er kon geraken met de fiets/bus.

Thuis waren we met 4 dochters en 1 zoon. Mijn vader vond het belangrijk dat zijn 4 dochters een wiel van de auto konden vervangen, olie vervangen, spijker in de muur slaan. Hij voedde ons heel zelfstandig op, hij wou dat we werken, studeren, alles eruit halen om het beste van ons leven te maken. Hij leerde ons praktisch en efficiënt te zijn. Dat we moesten werken voor zakgeld.

Op mijn 15de werkte ik in een rusthuis. Ouderen verzorgen. Mijn shift begon om 6u. Ik stond op om 4u en dan bracht mijn vader me elk weekend naar het rusthuis. Hij vond het belangrijk dat ik van jongs af aan hard leerde werken. Ik vergeet nooit mijn herinneringen als kind waar ik besmeurd onder de olie mijn papa hielp in de garage. Of als ik een platte band kreeg met mijn fiets onderweg naar huis en mijn vader belde om me te komen halen.

Dan zei hij: “ik wil dat je je plan leert trekken”. Ik stapte dan in de regen een uur naar huis met mijn platte band. Hij leerde ons hard te werken, door te zetten, sterk te zijn, hard te zijn. Klaar voor de wereld aan te kunnen. En het was nodig ook.